
Amsterdam, 4 maart 2025,
Op maandag 3 maart 2025 heeft er in de Tweede Kamer een hoorzitting plaatsgevonden inzake de fouten die zijn gemaakt door diverse jeugdhulpinstanties in het naleven van hun zorgtaken omtrent een inmiddels 11-jarig meisje uit Vlaardingen. Het meisje werd in mei 2024 in zorgelijke toestand opgenomen in het ziekenhuis nadat haar pleegouders haar zouden hebben mishandeld. Sinds mei 2024 loopt er een strafrechtelijk onderzoek tegen de pleegouders, John van den B. en Daisy van den B.
Tijdens de hoorzitting op maandag 3 maart 2025 hebben kamerleden kritische vragen gesteld aan de betrokken jeugdhulpinstanties. Bij de hoorzitting waren de volgende personen aanwezig:
Namens Slachtofferhulp:
-
Mevrouw Martine Kamphuis, casemanager bij Slachtofferhulp Nederland, vertegenwoordigde de biologische moeder van het meisje.
Namens de Politie:
-
De heer Sander van de Kooi, hoofd operaties politie eenheid Rotterdam.
Namens Veilig Thuis:
-
Mevrouw Judith Westeneng, Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond.
-
De heer Ernie van Dooren, interim-bestuurder Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond.
Namens Enver:
-
Mevrouw Esther Reinhard, bestuurder van Enver.
-
Mevrouw Mardjan Seighali, voorzitter van de Raad van Toezicht van Enver.
Namens de William Schrikker Stichting:
-
De heer Pim Croiset van Uchelen, voorzitter van de Raad van Bestuur van Partners voor Jeugd.
-
De heer Fred Teeven, voorzitter van de Raad van Toezicht van Partners voor Jeugd.
De hoorzitting werd voorgezeten door de heer Mohamed Mahandis. Onder de aanwezige kamerleden bevonden zich:
-
De heer Patrick Crijns (PVV)
-
Mevrouw Faith Bruyning (NSC)
-
Mevrouw Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA)
-
Mevrouw Rosemarijn Dral (VVD)
-
De heer Ismail el Abassi (DENK)
-
De heer Harmen Krul (CDA)
Tijdens de hoorzitting kwamen de volgende punten aan bod:
Slachtofferhulp: De casemanager van Slachtofferhulp deelde mee dat de moeder nog altijd niet begrijpt waarom haar inmiddels 11-jarige dochter uit huis geplaatst is. De verantwoordelijke jeugdhulp instanties zouden de moeder nog steeds geen duidelijke uitleg hebben gegeven. Ook benadrukte de casemanager dat de moeder in het verleden meerdere meldingen heeft gedaan, waarvan een deel anoniem, omdat zij zich niet serieus genomen voelde. De moeder van het 11-jarige meisje ziet haar dochter nu wekelijks onder begeleiding, waarbij de bezoeken 30 minuten duren.
Politie: De heer Sander van de Kooi verklaarde dat de politie geen anonieme meldingen heeft ontvangen over het meisje, maar wel meldingen van de moeder heeft doorgezet naar Veilig Thuis. Koot benoemde ook dat er een incident plaatsvond in december 2023 waarbij het inmiddels 11-jarige meisje zich op het politiebureau bevond. De politie ontving toen de opdracht van de gecertificeerde instelling om het meisje aan de pleegmoeder mee te geven, die op dat moment aan de balie stond. “Wij hadden geen grond om het meisje langer vast te houden,” verklaarde Koot. Hij gaf verder aan dat de politie geen duidelijkheid heeft over wat er met de meldingen gebeurt nadat ze zijn doorgestuurd naar Veilig Thuis, aangezien er zelden tot geen terugkoppeling komt vanuit Veilig Thuis.
Veilig Thuis: Judith Westeneng en Ernie van Dooren verklaarden dat van de vijf meldingen die de politie beweert te hebben gedaan over het meisje, er slechts één bij hen is aangekomen. Kamerleden vroegen waarom Veilig Thuis niet één-op-één met het meisje in gesprek was gegaan na ontvangst van de meldingen van de politie. Van Dooren gaf aan dat het volgens het protocol van Veilig Thuis niet is toegestaan om zonder toestemming van de ouder of voogd met kinderen te spreken. Kamerlid Faith Bruyning van NSC confronteerde Veilig Thuis met het feit dat de documenten die de Kamer in handen had, iets anders aangeven. Westeneng en Van Dooren probeerden de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk door te schuiven naar Enver.
Enver: Esther Reinhard en Mardjan Seighali verklaarde dat een specifieke hulpverlener zich niet aan de protocollen en het beleid van de organisatie heeft gehouden. De woordvoerders hebben tijdens de hoorzitting de medewerker openlijk bekritiseerd en namen geen verantwoordelijkheid voor de situatie. De betreffende hulpverlener zou op non-actief zijn gesteld. Seighali gaf aan dat het bestuur en de Raad van Toezicht niet zijn opgestapt, omdat zij van mening zijn dat Enver een goed bestuur nodig heeft en dat zij vinden dat zij een goed bestuur en een goede Raad van Toezicht hebben. Dit is opvallend, aangezien in soortgelijke situaties bestuurders vaak worden ontslagen of er zelf voor kiezen om af te treden. Dit wekt de indruk dat de Raad van Toezicht niet onafhankelijk is van het bestuur van de organisatie.
William Schrikker Stichting: Pim Croiset en Fred Teeven erkenden de gemaakte fouten en stelden dat de de WSG inderdaad gefaald heeft.
Conclusie: Er zijn door alle betrokken jeugdhulp instanties fouten gemaakt bij dit meisje. De politie faalde omdat zij tussen wal en schip belandde en het meisje niet serieus werd genomen. Hoewel alle aanwezigen bij de hoorzitting benadrukten dat het een trieste situatie is, en dat dergelijke situaties nooit meer mogen voorkomen, was het opvallend dat een medewerker van Enver tijdens de hoorzitting een vakantie boekte, terwijl een andere woordvoerder van Enver gekke gezichten trok naar haar collega.
De mening van Stichting Jeugdrecht, die persoonlijk aanwezig was bij de hoorzitting, is dat in elk geval Veilig Thuis en Enver het incident niet serieus genoeg nemen en de verantwoordelijkheid proberen door te schuiven naar een ander. Er zijn teveel fouten gemaakt en dit is niet de eerste keer; soortgelijke incidenten zijn vaker voorgekomen, maar halen de media niet omdat jeugdhulp instanties dit in de doofpot weten te houden.
Het is belangrijk dat de politie meer bevoegdheden krijgt en dat er een nieuwe onafhankelijke organisatie komt voor misstanden binnen jeugdzorginstellingen, aangezien Veilig Thuis niets met de meldingen doet behalve deze doorsturen naar de verantwoordelijke jeugdhulp instantie.
Op woensdag 5 maart 2025, om 10:15 uur vindt het plenaire debat plaats in de Tweede Kamer.